De centrale vraag: Hoe beïnvloedt geopolitiek het Nederlandse openbaar bestuur?
We zijn beleidsadviseur Rein Sloof van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (ondernemersklimaat) zeer dankbaar voor het delen van zijn tien geopolitieke geboden.
Disclaimer: In dit interview spreekt Rein op persoonlijke titel. De geuite standpunten zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs het officiële standpunt van de Nederlandse overheid.
I. Voor mij betekent geopolitiek…
Ik ben van jongs af aan geïnteresseerd geweest in politiek en de Europese Unie, waarover ik een spreekbeurt gaf in groep 6. Door de ontwikkelingen van de afgelopen jaren is die interesse opnieuw sterk opgebloeid. Ik schreef over buitenlandse kwesties voor EW Magazine (voorheen Elsevier Weekblad) toen de chaotische terugtrekking van de Verenigde Staten uit Afghanistan plaatsvond in de zomer van 2021. Niet lang daarna begon de oorlog in Oekraïne. Toen viel bij mij het kwartje dat wij in woelige tijden leven en de bestaande wereldorde afbrokkelt.
Ik luister verder al jaren elke dag Boekestijn en De Wijk en ik heb het mooie boek Diplomacy van Henry Kissinger thuis liggen. Momenteel volg ik ook een zomercursus over regionale politiek in het Midden-Oosten bij de Universiteit van Tel Aviv. Na enige twijfel ben ik hier toch aan begonnen vanuit de behoefte meer begrip te krijgen over de verklaringen van de ontwikkelingen in het Midden-Oosten sinds de Arabische Lente. Wat mij zo fascineert aan internationale politiek, is dat gebeurtenissen zelden op zichzelf staan. Achter afzonderlijke crises en conflicten gaan bredere ontwikkelingen en patronen schuil. Het kunnen doorgronden van die verbanden maakt het heel erg interessant.
II. Geopolitiek is van belang voor Nederland
Als je kijkt naar het politiek-maatschappelijk debat vind ik dat wij heel erg naar binnen zijn gericht in Nederland. Wij houden ons heel erg bezig met nationale kwesties en problemen, terwijl de belangrijkste determinanten van onze nationale welvaart en veiligheid vooral de ontwikkelingen in het buitenland zijn. Als er onrust ontstaat rondom Taiwan of de Zuid-Chinese Zee heeft dat enorme repercussies voor Nederland. Ik vind dat dat perspectief in het debat ontbreekt.
III. Nederland is geopolitiek gezien van belang
Ik denk dat heel veel mensen zullen zeggen: ja. Maar ik ga toch voor het controversiële antwoord en zeg: nee. Met dien verstande dat we dat wel kunnen zijn in Europees verband, mits de Europese Unie zich kan ontwikkelen tot een geopolitieke actor. Ik denk dat Nederland zich in de huidige wereld steeds meer zorgen moet maken om zijn positie. Ik denk dat het ook wel wordt aangetoond met de kwesties rond ASML en Nexperia, waarin duidelijk wordt dat Nederland opereert tussen de belangen en druk van twee machtsblokken: Amerika en China, en dat wij daar als individueel land eigenlijk niet zoveel tegenover kunnen stellen. Je ziet dat machtspolitiek een steeds belangrijkere rol speelt en het internationaal recht aan waarde verliest. Het is voor kleine landen heel problematisch als dit gebeurt, en zeker ook voor Nederland denk ik.
IV. Geopolitiek beïnvloedt mijn werk
Ik wil hier een onderscheid maken tussen het Europese en nationale niveau. Ik denk dat er op Europees niveau een aantal ontwikkelingen in gang zijn gezet. Dan moet je denken aan verschillende omnibuspakketten, waarin wordt beoogd belastende regelgeving te vereenvoudigen, juist ook met het idee de concurrentiekracht en het vestigingsklimaat binnen de Europese Unie te versterken. Ik denk dat het rapport van Draghi, waarin aanbevolen wordt om de regeldruk drastisch te verminderen, dit goed op de kaart heeft gezet.
Zo heb je bijvoorbeeld versoepelingen ten aanzien van de CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive) en de AI Omnibus en Digitale Omnibus, waarin wordt voorgesteld EU-regels over kunstmatige intelligentie, privacy (AVG), data en cybersecurity te stroomlijnen en te vereenvoudigen. Of neem het defensie investeringsplan ReArm Europe, waarin onder andere ook aanbestedingsprocedures worden vereenvoudigd. Dat zijn ontwikkelingen die inspelen op de veranderende geopolitieke wereld.
De paradoxale dimensie is tegelijkertijd dat de Europese Unie ook een regelgevende macht is: voor internationale producenten geldt dat zij hun producten aan de Europese normen laten voldoen, omdat het te kostbaar is om twee verschillende productielijnen te hebben. Het is dus belangrijk om te benoemen dat regeldruk wel twee kanten heeft en dus niet alleen maar slecht is, maar ook dient voor het nastreven vanbelangrijke maatschappelijke doelen.
Op nationaal niveau denk ik dat geopolitiek veel minder een rol speelt in relatie tot regeldruk. Dan gaat het vaak toch meer om de kwaliteit van wetgeving en de uitvoerbaarheid voor ondernemers. Ik houd mij ook bezig met dossiers die eigenlijk geen geopolitieke dimensie hebben, als het gaat om bijvoorbeeld horecaondernemers die tegen verschillende knellende regels aanlopen. Tegelijkertijd is het kabinet ook ambitieus met de doelstelling om jaarlijks de regeldruk die voortvloeit uit 500 regels te verminderen.
V. Mijn collega’s houden zich ook bezig met geopolitiek
Ik denk dat dat heel erg verschilt per ministerie. Bij Defensie wordt natuurlijk heel veel geïnvesteerd, maar bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat hebben wij ook een nieuwe afdeling die zich gaat bezighouden met weerbaarheid en economische veiligheid en dus inspeelt op de nieuwe geopolitieke realiteit. Daarnaast beoordelen wij voorstellen uit Europa (zoals Omnibuspakketten), waarin het kabinet een standpunt moet innemen, en dan kijken we natuurlijk ook naar aspecten als regeldruk.
VI. Ik weet waar ik mijn geopolitieke kennis vandaag de dag vandaan kan en/of moet halen
Ik probeer internationale kranten te volgen en ik luister heel graag naar John Bolton, voormalig nationaal veiligheidsadviseur van de VS. De podcast Boekestijn en De Wijk en de buitenlandse podcasts zoals Decoding Geopolitics en The Rest is Politics met Rory Stewart staan bovenaan in mijn playlist. Ook wordt er bij ons op het ministerie af en toe een seminar georganiseerd of een lezing over geopolitiek. Onlangs was er een lezing van EU-kenner en analist Marc de Vos, auteur van het boek Grootmacht Europa. Dat vond ik reuze interessant.
VII. Ons openbaar bestuur zou geopolitieke ontwikkelingen beter kunnen anticiperen
Ja, dat denk ik wel. Ik denk dat er nu grote ontwikkelingen op gang zijn gezet met betrekking tot het versterken van de weerbaarheid maar ook het verbeteren van het ondernemingsklimaat en de concurrentiekracht, die mede naar aanleiding van de rapporten van Draghi en Wennink volop aandacht krijgen.
Maar ik denk wel dat dit eerder had gekund. Ik denk dat je weerbaarheid vooral maatschappijbreed moetvormgeven, zoals je bij de Finnen ziet. Weerbaarheid gaat natuurlijk ook over de veerkracht van de burgerbevolking, die niet moet bestaan uit kwetsbare slachtoffers, maar capabele actoren in tijden van oorlog en crisis.
Ik denk dat we de afgelopen jaren wel een kans hebben laten liggen, zeker sinds de annexatie van de Krim in 2014. In Finland geldt een ‘whole–of–society’-aanpak. Dat betekent dat de overheid, het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en burgers een gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen voor nationale veiligheid, en afspraken worden gemaakt over actieve rollen tijdens crisessituaties.
VIII. Geopolitiek vereist nieuwe manieren van denken en samenwerken
In brede maatschappelijke zin in ieder geval. Als ik het toespits op regelgeving: een van de aanbevelingen uit het Draghi-rapport is dat de Europese regelgeving nog altijd veel te gefragmenteerd is tussen lidstaten, waardoor wij onze eigen handelsbelemmeringen creëren. Ik denk dat je uiteindelijk naar een systeem moet waarin je veel meer regelgeving harmoniseert. Wij moeten toewerken naar een kapitaalunie. Dat is een heel groot project en tegelijkertijd zeker ook heel ingewikkeld, waarbij verschillende nationale belangen een dergelijke ontwikkeling in de weg staan.
In Nederland is draagvlak voor meer harmonisatie en versterking van de interne markt, maar je ziet nog steeds wel regelmatig tendensen de andere kant op. Zo bestaat in Nederland nog vaak de neiging om onze nationale bevoegdheden te gebruiken om bovenop Europese verplichtingen aanvullende nationale verplichtingen op te leggen (nationale koppen, ofwel gold-plating). Dat is nadelig voor onze concurrentiepositie, ook binnen Europa.
IX Ik kan geopolitieke en theoretische kennis vertalen naar praktisch relevante informatie
Ja, de Chinese generaal Sun Tzu schreef: ‘Ken uzelf en ken uw vijand.’ Dat strategische principe is ook vandaag relevant voor overheidsbeleid. Wanneer de overheid na incidenten in een bepaalde sector die sector aan meer regelgeving en toezicht onderwerpt, worden vaak vooral goede ondernemers geconfronteerd met extra administratieve lasten en toenemende regeldruk, terwijl malafide partijen vaak onder de radar opereren en de misstanden daardoor deels blijven bestaan.
Daarom is het voor politici en beleidsmakers essentieel om niet alleen de markt, maar ook de beperkingen van het eigen instrumentarium te begrijpen. Effectief beleid vraagt daarom niet alleen om regels, maar ook om inzicht in de gevolgen. Vanuit die gedachte wint het principe van High Trust, High Penalty aan betekenis: ondernemers krijgen de ruimte vanuit het vertrouwen dat de grote meerderheid bonafide handelt, terwijl overtredingen steviger worden bestraft.
X. Slotopmerkingen
Verdiep je altijd in wat in het buitenland gebeurt. Bij de zomercursus aan de Universiteit in Tel Aviv die ik volg zit ik met Indiërs, Chinezen en andere mensen uit verschillende delen van de wereld. Ik denk dat het goed is om het perspectief van anderen te zien en te leren kennen. Een fout die we in Nederland maken is dat we denken dat we het centrum van de wereld zijn, maar er zijn ook heel veel andere perspectieven in de wereld.Toen ik voor EW Magazine schreef, publiceerde ik een artikel over de grondwetswijziging in Chili. Daar werd destijds verrast op gereageerd, want Chili is doorgaans geen land waar in de Nederlandse media veel aandacht voor is.
Ik denk ook dat het belangrijk is dat we in het nationale debat het grotere geheel erkennen en moeten inzien dat wij economisch concurreren met de VS en China, die op dit moment veel meer grote bedrijven en innovatiekracht hebben. Als het gaat om defensie denk ik ook dat er een uitzondering zou moeten zijn voor onze krijgsmacht inzake stikstof- en milieuregels, maar ook aanbestedingen. Defensie zou gewoon moeten kunnen oefenen en dat kunnen wij heel vervelend vinden als dat in onze achtertuin gebeurt, maar als bevolking moeten wij erkennen dat er soms hogere belangen spelen.