De centrale vraag: Hoe beïnvloedt geopolitiek het Nederlandse openbaar bestuur?
We zijn beleidsmaker Patrick Slaman van het Ministerie van Defensie (Productie- en Leveringszekerheid) zeer dankbaar voor het delen van zijn 10 geopolitieke geboden.
Disclaimer: In dit interview spreekt Patrick op persoonlijke titel. De geuite opvattingen zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs het officiële standpunt van de Nederlandse overheid.
I. Voor mij betekent geopolitiek…
Schaarste. Uiteindelijk draait het om de vraag hoe landen en organisaties omgaan met schaarse middelen en hoe zij in die schaarste hun belangen weten te behartigen. Dat is voor mij de kern van geopolitiek. Veel ontwikkelingen, van technologische vooruitgang tot klimaatverandering, vergroten of veranderen die schaarste en daarmee de politieke verhoudingen. Ook in het militair domein zie je dit terug. De uitdaging is om in die context de belangen van Nederland zo goed mogelijk te behartigen. Tegelijkertijd is schaarste niet alleen een objectief gegeven. Het wordt ook politiek ingevuld/ervaren en uitvergroot. Politici spelen daarin een belangrijke rol. Als beleidsmakers moeten wij ons tot die perceptie en de feitelijke werkelijkheid verhouden.
II. Geopolitiek is van belang voor Nederland / III. Nederland is geopolitiek gezien van belang
Nederland doet er geopolitiek zeker toe. We hebben een enorme technologische en industriële basis. Ik zeg wel eens: rijd vanuit Den Haag over een willekeurige snelweg richting de grens en kijk naar alle bedrijvigheid onderweg. Er zijn maar weinig dingen die Nederland niet kan bedenken, ontwikkelen, produceren of industrialiseren. Dat optimisme mis ik soms. Tegelijkertijd krijgt die kracht pas echt geopolitieke betekenis in Europees verband. Met een interne markt van ruim 500 miljoen mensen kunnen we wereldwijd veel meer gewicht in de schaal leggen dan met Nederland alleen.
IV. Geopolitiek beïnvloedt mijn werk
Mijn werk, en dat van veel collega’s bij Defensie, draait er om dat de krijgsmacht kan beschikken over de spullen en innovaties die nodig zijn, juist op de momenten dat het ertoe doet. Dat is niet vanzelfsprekend. Daarom heeft Defensie de afgelopen jaren veel meer aandacht gekregen voor industrie en innovatie. Waar vroeger tijdens bezuinigingen werd gekeken naar de beste producten voor de laagste prijs, kijken we nu nadrukkelijk naar waar iets vandaan komt en of we het niet beter zelf of met Europese partners kunnen produceren. De geschiedenis heeft aangetoond dat afhankelijkheid van anderen het voortzettingsvermogen van een krijgsmacht ernstig kan beperken.
Het belang van zo’n sterke industrie wordt overigens, paradoxaal genoeg, erkent in de Europese fragmentatie op dit terrein. Veel landen vinden het blijkbaar net zo belangrijk om zeggenschap te behouden over hun eigen commandovoering als om over hun eigen industrie te beschikken. Een rationele barrière op de korte termijn, maar op de lange termijn kan dat ertoe leiden dat we verdeeld blijven, een gefragmenteerde markt behouden en dat uiteindelijk beperkt de slagkracht van zowel Europa als de NAVO.
V. Mijn collega’s houden zich ook bezig met geopolitiek
Geopolitiek bedrijven kan wat mij betreft alleen whole-of-government, dus: ja. Maar daarbij zou ik willen toevoegen: Defensie is de afgelopen jaren fors gegroeid. Steeds meer collega’s zijn, net als ik, pas na 24 februari 2022 begonnen. Die generatie kent geen andere geopolitieke realiteit dan de huidige. Dat brengt een nieuw perspectief mee. Met ruim 80.000 mensen werken we elke dag aan de veiligheid van Nederland in deze complexe realiteit, en ik denk dat die nieuwe generatie daarin een meerwaarde biedt.
VI. Ik weet waar ik mijn geopolitieke kennis vandaag de dag vandaan kan en/of moet halen
Ik bouw nog elke dag voort op mijn academische achtergrond. Ik heb Europese politicologie, internationaal recht en Latijns-Amerikastudies gestudeerd. Ik kan daar op twee manieren nog steeds mijn voordeel mee doen: enerzijds door het perspectief van de ander te kennen. In tijden van verschuivende panelen is dat nuttig. Uit hele onverwachte hoeken kun je juist met je eigen achtergrond veel nuttige informatie toepassen elke dag. Mijn kennis over Latijns-Amerika helpt mij verrassend veel. Kijk bijvoorbeeld naar Brazilië. Dat land heeft in de laatste decennia een hele eigen strategische vliegtuigindustrie vanaf de grond opgebouwd. Nog steeds kan ik terugrefereren naar bronnen die ik destijds ook gebruikt heb.
VII. Ons openbaar bestuur zou geopolitieke ontwikkelingen beter kunnen anticiperen
Ik denk niet dat anticiperen het grootste probleem is. We beschikken over sterke analyses, zoals het Draghi-rapport en het Nederlandse Wennink-rapport. De uitdaging zit vooral in de uitvoering: we weten vaak goed wat er nodig is, nu moeten we ermee aan de slag te gaan.
VIII. Geopolitiek vereist nieuwe manieren van denken en samenwerken
Binnen het openbaar bestuur klopt een nieuwe generatie op de deur. Een nieuwe generatie die anders naar de wereld kijkt en in een andere tijd zijn opgeleid. Mijn colleges ‘internationaal militair recht’ startten een dag na het begin van de Russische agressie-oorlog in Oekraïne. Dat leidt onherroepelijk tot andere colleges en perspectieven dan nota bene twee dagen daarvoor. Voor die jonge generatie, die in een andere tijd is opgegroeid, ziet de wereld er heel anders uit. Voor ons is de val van de Muur minder een ijkpunt dan 24 februari 2022. Dat is onze ‘val van de Muur’ als tekenend historisch moment. Een fundamenteel verschil, want voor een hele generatie is de aanloop naar dit geopolitieke tijdperk totaal anders: het hoopvolle ‘einde van de geschiedenis’ (Fukuyama) is voor onze tijd; wij zagen enkel de eerdere Russische agressie in Georgië (2008) en Oekraïne (2014). Ik denk dat het Nederlandse geopolitieke denken gebaat is bij dat perspectief. Daarom is het ook zo tof om te zien dat Defensie die nieuwe generatie nadrukkelijk de ruimte geeft om mee te denken over de opgave.
Dat gezegd hebbende denk ik dat we ook wel wat meer achteruit zouden mogen kijken. Mark Carney zei in die befaamde speech dat we niet moeten rouwen om de oude geopolitieke orde, maar tegelijkertijd vraag ik mij dan af: wat is die oude geopolitieke orde dan? Als ik achteruit kijk, zie ik een orde gebouwd op de principes van het internationaal recht. Een orde die we nu overboord gegooid zien worden. Realisme is voor mijuiteindelijk ook vasthouden aan wat werkte. Nieuwe samenwerking betekent voor mij dan ook niet dat we alles opnieuw uitvinden, maar dat we die principes met nieuwe partners versterken. Daarbij spelen niet alleen Europa en de NAVO een rol, maar ook middenmachten en landen in het mondiale Zuiden, zoals de Mercosur-landen. Voor Nederland en de EU ligt daar een belangrijke kans om duurzame partnerschappen op te bouwen.
IX. Ik kan geopolitieke en theoretische kennis vertalen naar praktisch relevante informatie
Dat is uiteindelijk aan een ander om te beoordelen. Maar ik geloof wel dat juist dát de uitdaging is: geopolitieke en historische ontwikkelingen vertalen naar keuzes die vandaag relevant zijn. Emmanuel Macron is daar voor mij een goed voorbeeld van. In zijn Sorbonne-speeches wist hij een theoretische en historische analyse te vertalen naar een concreet handelingsperspectief voor Europa. In de eerste speech naar wat Europa zou moeten doen; in de tweede speech dat het kan sterven [het Europa zoals we dat kennen].
Die concrete boodschap bleek achteraf ook visionair. Veel voorstellen die hij in 2017 deed over Europese defensiesamenwerking werden weliswaar als utopisch gezien, maar zijn inmiddels steeds meer werkelijkheid geworden. Natuurlijk speelde de veranderde geopolitieke context daarbij een rol. Tegelijkertijd wist Macron zijn analyse zo concreet te maken dat mensen de urgentie voelden en bereid waren in beweging te komen. Dat is een kwaliteit die ik bewonder en waar iedereen naar zou moeten streven in dit veld.
X. Slotopmerkingen
Uiteindelijk draait geopolitiek voor mij om twee dingen. Ten eerste zelfbewustzijn: wie zijn wij als Nederland in de wereld? We hoeven niet boven onze macht te boksen, maar we mogen onszelf ook niet onderschatten. Nederland is een technologisch powerhouse en heeft als handelsnatie een sterke internationale positie opgebouwd. Dat mag best leiden tot wat meer vertrouwen in onze eigen kracht.
Tegelijkertijd vraagt geopolitiek om het begrijpen van de positie van de ander. Juist daarom moeten we blijven investeren in kennis van, en relaties met, bijvoorbeeld het mondiale Zuiden. We moeten daarbij vasthouden aan het internationaal recht. Dat biedt houvast en maakt samenwerking mogelijk, juist in een wereld waarin de geopolitieke verhoudingen voortdurend verschuiven. Die voorspelbaarheid wordt misschien wel een van onze belangrijkste strategische voordelen. Juist daarom blijft het internationaal recht geen idealisme, maar een strategische noodzaak.