De concurrentiepositie van de Europese Unie (EU) ten opzichte van China en diens „Belt and Road Initiative“ (BRI) wordt bepaald door een complexe combinatie van hardnekkige zwakke punten en sterke punten. Nu China via het BRI zijn geopolitieke en geo-economische macht snel en ingrijpend uitbreidt, is het voor de EU van cruciaal belang om interne tekortkomingen aan te pakken om haar voortbestaan in de nieuwe wereldorde veilig te stellen. Als eerste deel van een tweedelige reeks wordt in dit artikel de EU opgedeeld om haar capaciteit en positie in de concurrentiestrijd met de economische grootmacht China, en met name het Belt and Road Initiative, te beoordelen. In het tweede deel van de reeks zullen de concurrentievermogens van de EU worden onderzocht, waarbij de sterke en zwakke punten in de analyse worden belicht en de technische details, waaronder het Global Gateway (GG)-initiatief, worden toegelicht. Deel één, ‘De EU in segmenten’, zal zich richten op het belichten van de basis; daarom is een onderzoek naar de sterke en zwakke punten van de EU gerechtvaardigd. Dit roept de vraag op: Welke beperkingen en welke voordelen belemmeren of maken het voor de EU mogelijk om te concurreren met China en het Belt and Road Initiative?
Zwakke punten
Als zowel supranationale als intergouvernementele unie staat de EU voor een veelheid aan uitdagingen die als zwakke punten kunnen worden aangemerkt. Met ‘zwakke punten’ wordt in dit artikel elke interne of structurele factor bedoeld die het daadwerkelijke vermogen van de EU om met China te concurreren beperkt, belemmert of ondermijnt, met name met betrekking tot het Belt and Road Initiative. In dit hoofdstuk worden de zwakke punten besproken die de externe positie van de EU het sterkst beïnvloeden. De relevante zwakke punten zijn:
- Gebrek aan samenhang/coördinatie
- Voorwaarden
- Afstand tussen de particuliere en publieke sector
- Obsessie met bureaucratie
- Trage besluitvorming
- Onduidelijke strategie/doelstelling
Gebrek aan coördinatie
De Europese Unie bestaat uit 27 lidstaten, elk met nationale belangen. Dit is al zo sinds de oprichting van de EU, waarbij individuele lidstaten afspraken en/of verdragen negeren om nationale belangen te beschermen (bijvoorbeeld het omzeilen van het Schengenakkoord om de immigratiecrisis aan te pakken). Een dergelijk gebrek aan samenhang, voortkomend uit ‘verkeerd geplaatste’ prioriteiten binnen de Unie, kan het effectieve concurrentiepotentieel van de EU ernstig ondermijnen.
“Laten we beginnen met de tekortkomingen: er is duidelijk een gebrek aan coördinatie. We beschikken over aanzienlijke capaciteit, maar het ontbreekt ons aan het coördinatiemechanisme om die capaciteit ten volle te benutten. We hebben nooit een duidelijke en concrete strategische visie; onze strategieën schieten tekort.”
– Michel Don Michaloliakos, EU-analist bij HIG
Nationale belangen hebben de vooruitgang en effectiviteit van de EU in het verleden belemmerd. Ter illustratie: historische meningsverschillen tussen Bulgarije, een lidstaat, en Noord-Macedonië, een kandidaat-lidstaat van de EU, hebben gevolgen voor de voortdurende uitbreiding van de EU. Dit weerspiegelt een bredere uitdaging waarmee de EU bij talloze gelegenheden te maken heeft gehad: het gebrek aan coördinatie tussen de lidstaten. Zo slaagden de lidstaten er tijdens de COVID-19-pandemie niet in om een samenhangende reactie op de dreiging te coördineren, waardoor Italië als ‘proefkonijn’ fungeerde.
“De algemene uitdaging waar de EU voor staat, is institutionele versnippering; we hebben geen eensgezinde, geïntegreerde EU-stem op het gebied van infrastructuurinvesteringen. En veel lidstaten streven hun eigen bilaterale overeenkomsten met China na. Daarom hebben we dit soort 14+1-overeenkomsten.” – Vasilis Karakasis, PhD. Docent aan de Haagse Hogeschool.
Het 14+1-platform (voorheen bekend als 16+1) verwijst naar de samenwerking van China met veertien Midden- en Oost-Europese (MOE) landen. Dit platform is geworteld in BRI-gerelateerde samenwerking, met bilaterale betrekkingen en investeringsovereenkomsten.
Trage besluitvorming
Een gebrek aan eensgezindheid onder de lidstaten leidt vaak tot vertraagde reacties, een situatie die door de pandemie wordt geïllustreerd.
Dit kan worden toegeschreven aan verschillende factoren, zoals de noodzaak van consensus onder alle 27 lidstaten, de gecompliceerde structuur van de EU-instellingen en de uiteenlopende prioriteiten van de 27 landen. Een veelbekritiseerd voorbeeld van trage besluitvorming op EU-niveau is de aankoop van COVID-19-vaccins, waarbij het waarborgen van lage prijzen ten koste ging van vertraagde resultaten. De EU liep ‘een stap of twee’ achter, wat door critici vaak wordt omschreven als ‘politiek vernederend’.
“Het ontbreken van een gezamenlijke, geïntegreerde EU-stem heeft gevolgen voor de snelheid en efficiëntie van kapitaalmobilisatie; ten eerste de financiering door de EU, waarbij sommige projecten complexe voorwaarden, aanbestedingen, milieuaspecten en de rechtsstaat met zich meebrengen. Terwijl de BRI op een veel efficiëntere en snellere manier financiert. En dat is behoorlijk aantrekkelijk voor partnerlanden.” -Vasilis Karakasis
EU-voorwaarden
De voorwaarden van de EU zijn zowel een kracht als een zwakte. Vaak worden de voorwaarden van de EU als te beschermend ervaren, waarbij essentiële eisen worden genegeerd ten gunste van stabiliteit en bureaucratie. Zo bekritiseerde de Oegandese president Yoweri Museveni de Wereldbank en het Westen in het algemeen omdat zij prioriteit gaven aan democratische hervormingen en het EU-perspectief in plaats van begrip te tonen voor de dringende behoefte aan infrastructuur in Afrika. Historisch gezien worden de intenties van de EU in Afrika op verschillende manieren geïnterpreteerd, variërend van neo-imperialistisch, paternalistisch en egocentrisch tot gelijkwaardige partner, voorkeurspartner en vriend. De EU wordt gezien als ‘eurocentrisch’, een entiteit die haar eigen agenda doorzet, met voorwaarden als kern; waarbij Europese waarden en normen op het gebied van democratie, mensenrechten en bestuur worden gepromoot. De tekortkomingen van de EU-voorwaarden komen nog duidelijker naar voren in de uitbreiding van de EU via de ‘toetredingsstrategie’ in het kader van het uitbreidingsbeleid van de EU. De op voorwaarden gebaseerde aanpak van de EU heeft geleid tot een wijdverbreide overtuiging dat onderhandelingen en toetredingsprocedures langdurig zijn, waardoor de ambities van de EU worden getemperd en het scepticisme ten opzichte van de EU in andere landen en onder hun burgers wordt aangewakkerd.
“Als gevolg daarvan vorderen hervormingen steeds vaker alleen wanneer ze aansluiten bij de directe belangen van Servië, terwijl diepgaandere structurele hervormingen vertragen bij gebrek aan sterke, geloofwaardige toezeggingen van de EU. Kortom, de verminderde geloofwaardigheid van de EU heeft bijgedragen aan een verminderde ambitie voor hervormingen.
Ook gewone burgers zijn zeer ontevreden over het trage toetredingsproces en daarom steunt nu slechts ongeveer 30% het EU-lidmaatschap.”
– Ivona Ladjevac, PhD. Senior Research Fellow bij het Institute of International Politics and Economics (IIPE).
Het EU-merk
Voorwaardelijkheid is een tweesnijdend zwaard: een ontvangend land kan het als ‘controlerend’ ervaren, omdat het alleen geld ontvangt als het aan de door de EU gestelde eisen voldoet. Deze perceptie van de EU heeft negatieve gevolgen; haar ‘merk’ raakt aangetast, wordt ondergewaardeerd en krijgt mogelijk onvoldoende erkenning wanneer de EU een aanzienlijke bijdrage levert. Zo bleek uit een jaarlijkse enquête in Servië uit 2025 dat slechts 29 procent van de burgers weet dat de EU de grootste financiële donor is. Er ontstond een consensus dat China en Rusland meer steun verlenen, waarbij beide landen de EU overtreffen in termen van vertrouwenscijfers.
Verre van elkaar verwijderde publieke en private sectoren
EU-financiering, zoals het Global Gateway-initiatief, is sterk afhankelijk van particuliere ondernemingen. Europese bedrijven moeten met de EU overeenstemming bereiken en samenwerken bij bepaalde projecten, partnerschappen en beleidsmaatregelen, wil de EU succes boeken en resultaten boeken. Europese bedrijven zijn bijvoorbeeld niet op één lijn met de EU wat betreft CRM-toeleveringsketens in Afrikaanse landen, wat resulteert in weinig vooruitgang. Dit benadrukt een tekortkoming en een duidelijke kloof tussen de publieke en private sector. In vergelijking met de gecentraliseerde financiering van China vormt het systeem van de EU een obstakel voor voltooiing, uitvoering en snelheid, wat verband houdt met ‘trage besluitvorming’ en ‘gebrek aan coördinatie’.
Dit wordt geïllustreerd door de Nachtigal-waterkrachtcentrale, een vlaggenschipproject in het kader van de Global Gateway, dat de afstand tussen de particuliere en de publieke sector benadrukt. Terwijl de publieke sector van de EU aandrong op het project in het kader van de Global Gateway, trokken de particuliere sector en bedrijven zich terug vanwege risico’s en rendementsverwachtingen. Het betrekken van Europese bedrijfsactoren bij het implementatieproces is een voortdurende uitdaging voor de EU.
“Het onderscheid tussen de particuliere en de publieke sector is groter in de EU. Dit betekent dat we strategisch gezien beperkt zijn in onze aanpak.” – Michel Don Michaloliakos
Gebrek aan strategie/duidelijk doel
Het Global Gateway-initiatief en de bijbehorende vlaggenschipprojecten vertonen een gebrek aan gedefinieerde doelstellingen en een uniforme strategische aanpak; dit heeft gevolgen voor de voortgang. Het beoordelen van de voortgang wordt steeds moeilijker zonder een duidelijke prioriteit of strategie, aangezien het vergelijken van de voortgang zinloos wordt zonder een verwachte ontwikkeling. Het gebrek aan strategie wordt geïllustreerd door de beperkte impact van de Global Gateway in de beginfase, waaruit blijkt dat het een duidelijke focus of strategie ontbrak en men zich op brede betrokkenheid stortte.
“Maar zoals ik al eerder zei, de EU heeft geen eenduidige strategie, en China wil niet dat de EU een eenduidige strategie heeft; vandaar dat we de 14+1 hebben. De EU moet een manier vinden om op haar eigen voorwaarden samen te werken, niet op die van China.” -Vasilis Karakasis
Sterke punten
De complexe aard van de EU vereist stabiliteit, samenhang, hoge normen, betrouwbaarheid en regelgeving. Alleen de sterke punten van de EU die relevant zijn voor dit artikel worden hieronder opgesomd:
Transparantie
De EU biedt stabiliteit, waarborgt mensenrechten, schuldendiplomatie, activiteiten op het gebied van soft power en, het allerbelangrijkste, transparantie. EU-strategieën, initiatieven, overeenkomsten, betrokkenheid, enz. worden openbaar gemaakt en zijn beschikbaar. De stap naar transparantie wordt gezet door middel van openbare aanbestedingen, het openbaar maken van alle stappen en openbare aanbestedingen. Aanbestedingen stellen bedrijven in staat om offertes in te dienen in reactie op een aanbesteding, waarbij het aanbestedingscontract wordt gegund aan de meest geschikte kandidaat. Naast het bieden van regelgeving inzake schuldhoudbaarheid, streeft de EU specifiek naar goed bestuur en transparantie, en benadrukt deze als belangrijke ‘principes en waarden’ voor de Global Gateway.
“Belangrijk om te vermelden zijn soft power en legitimiteit. Dus hoewel er in het algemeen veel kritiek is geweest op het conditionaliteitsbeleid van de EU, gaat het voornamelijk om ontwikkelingshulp. Die vormt volgens de OESO meer dan 50% van de totale wereldwijde hulp. Bovendien wordt deze hulp over het algemeen gezien als transparanter en minder uitbuitend dan de financiering van de BRI, maar nogmaals, dit is in theorie” – Vasilis Karakasis
Normatieve benadering
Door de geloofwaardigheid en het vertrouwen op lange termijn te vergroten, is de normatieve benadering van de EU een kracht die ook cruciale principes bevordert, waaronder mensenrechten, democratie en de rechtsstaat. De normatieve macht, zoals blijkt uit het Brussel-effect, stelt de EU in staat om invloed uit te oefenen op mondiale markten en deze te reguleren zonder economische dwang of militair geweld. De EU geeft vorm aan standaarden, stelt normen vast en bevordert waarden, zonder de standaarden op te leggen. In plaats daarvan zorgen de marktkrachten er alleen al voor dat de EU-normen de wereldwijde norm worden.
“Een andere kracht is het eerder genoemde Brussel-effect: in dit geval stelt de EU bepaalde wereldwijde normen vast, bijvoorbeeld met betrekking tot de EU-AI-wet of de AVG, op het gebied van milieu en productveiligheid; dit is een vorm van structurele invloed die de BRI niet gemakkelijk kan evenaren.” – Vasilis Karakasis
Betrouwbaarheid op de lange termijn
Hoewel de EU vanwege historische banden (bijv. kolonialisme) voor aanzienlijke uitdagingen staat, is haar reputatie op het gebied van betrokkenheid voorspelbaar; zij streeft ernaar betrouwbaarder te zijn en het transparantiebeginsel na te leven. Deze reputatie maakt een betere afstemming op EU-normen en -standaarden mogelijk en heeft gevolgen op enorme schaal (bijv. het Brussel-effect). Het ontbreken van roofzuchtige benaderingen van de kant van de EU heeft haar reputatie versterkt tot die van een multilaterale regelgevende instantie die wereldwijd normen kan vaststellen. De soft power-benadering maakt betere langetermijnparticipatie, sterke relaties en stabiliteit mogelijk. Ghana, een voorkeurspartner voor de EU, is een goed voorbeeld van de waargenomen betrouwbaarheid van de EU en het langetermijnpartnerschap. Bij de ondertekening van het partnerschap tussen de EU en Ghana beschreef de heer Ken Ofori Atta de EU als een betrouwbare partner, wat werd versterkt door de ondertekening van het veiligheids- en defensiepartnerschap in 2026.
Hoge normen – Conditionaliteit
Zoals eerder vermeld, is conditionaliteit een tweesnijdend zwaard. Daarom wordt het zowel als een sterkte als een zwakte genoemd. Hoge normen en conditionaliteit zijn onderling afhankelijk. De EU stelt hoge normen, bijvoorbeeld op het gebied van mensenrechtenbescherming, democratie, bureaucratie en de rechtsstaat, en past deze vervolgens toe op haar voorwaardelijke bijstand. Het hanteren van hoge normen en conditionaliteit zorgt voor veiligheid, voorkomt misbruik van middelen, waarborgt stabiliteit en duurzaamheid op de lange termijn en bevordert de waarden en normen van de EU. Voorwaardelijke steun vertaalt zich in geleidelijk goed bestuur, draagt bij aan institutionele stabiliteit en bestrijdt de politieke beperkingen in een land.
Conditionaliteit fungeert als een stimulans voor structurele hervormingen, die cruciaal zijn voor de stabiliteit en veiligheid van de EU. Voorwaardelijkheid is breed toepasbaar; via uitbreiding en ontwikkelingshulp biedt voorwaardelijkheid een ‘beloning’ voor het voldoen aan de gestelde voorwaarden. Door middel van voorwaardelijkheid stimuleert de EU het ‘Brusselseffect’, waarbij de hoge normen van de EU worden verspreid en ontvangers in ruil daarvoor beloningen krijgen: stabiliteit op de lange termijn door stimulansen voor beter bestuur en het versterken van het maatschappelijk middenveld. Dergelijke hoge normen en voorwaardelijkheid zijn zichtbaar in landen die steun van de EU ontvangen, waar partners zich houden aan de door de EU gestelde normen.
Conclusie
De structurele tekortkomingen binnen de EU zijn met elkaar verweven, wat een trickle-down-effect creëert waarbij de verslechtering van één zwak punt leidt tot de verergering van andere zwakke punten. Aangezien ‘het gebrek aan samenwerking’ centraal staat binnen de EU, fungeert dit als een zwak punt dat gevolgen heeft voor de strategische stabiliteit, het concurrentievermogen en de geloofwaardigheid van de EU, en dat de eenheid, of ‘saamhorigheid’, van de EU op de proef stelt. De sterke punten die in dit artikel worden beschreven, benadrukken echter het grote potentieel dat de EU heeft, wat concurrentievoordelen oplevert ten opzichte van andere grootmachten, zoals China. De aanwezigheid van de Unie, in combinatie met haar normatieve benadering en het ‘Brusselseffect’, vormt een unieke invloed, die een kans zou kunnen bieden voor de EU om een weg te vinden om met China te concurreren of te profiteren van een strategische aanpak.
Of deze sterke en zwakke punten zich vertalen in daadwerkelijke geopolitieke invloed wanneer de EU wordt geconfronteerd met een rivaliserend initiatief zoals China’s BRI, zal worden onderzocht in ‘Deel 2’ van deze artikelenreeks.