Geen wildgroei in de achtertuin: Wordt Venezuela het nieuwe Puerto Rico?

Picture of Jelle van der Wal

Jelle van der Wal

In het kort

  • Narratieve delegitimatie maakte bijna geruisloze interventie mogelijk in Venezuela. Het ontvoeren van Maduro leverde an sich nauwelijks kritiek op van Latijns-Amerikaanse machten en bondgenoten van Venezuela.
  • De regionale machteloosheid is een klap voor de Braziliaanse ambities om een belangrijke speler te zijn in een multipolaire wereldorde.
  • Een mogelijke toekomst van Venezuela kan in het voorbeeld van Puerto Rico gezien worden: lange termijn beheer in plaats van bezetting en de lusten zonder de lasten.

Regio Update Latijns-Amerika | De ontvoering van Nicolás Maduro door de Verenigde Staten aan het begin van het nieuwe jaar kwam voor velen als een totale verrassing. Hoewel de confrontatie met Venezuela zeker niet uit de lucht kwam vallen (zie ook de update: Is Venezuela onderdeel van de volgende proxy-oorlog?), sprak de manier waarop Maduro opgepakt en weggevoerd is zeer tot de verbeelding. Langzaam is iets meer duidelijk geworden over de redenen en intenties van de Verenigde Staten, maar er zijn vooral nog veel vragen over de toekomst van Venezuela.

Is de uitschakeling het eindpunt van een langdurig proces waarin geopolitieke, narratieve en institutionele lijnen samenkwamen? Of is het een schisma en daarmee het begin van langdurige interventie door de Verenigde Staten? Zou Venezuela bestuurlijk eenzelfde lot als Puerto Rico kunnen ondergaan? Kortom, wat kunnen we voor de toekomst van Venezuela verwachten op basis van de lessen uit het verleden?

Latijns-Amerika staat plotseling weer in de aandacht. De ruim twee eeuwen oude Monroe-doctrine – die in eerste instantie was gericht tegen Europees kolonialisme maar feitelijk bepaalt dat de Verenigde Staten de controle hebben in de Amerika’s – is daarmee weer springlevend en de boodschap duidelijk: Latijns-Amerika ligt binnen de invloedssfeer van de Verenigde Staten.

De gebeurtenis roept angst op aan eerdere tijden van onderdrukking door de Verenigde Staten en het installeren van dictaturen tijdens de jaren ‘70 en ‘80 van de Koude Oorlog waarbij vooral linkse andersdenkenden vermoord en gemarteld zijn. De Puerto Ricaanse band Calle 13 schreef het nummer Latinoamérica dat kolonisatie en imperialisme  bekritiseert en tegelijkertijd de identiteit en trots van de pan-Latijns-Amerikaanse cultuur viert en verzet toont. Het nummer begint als volgt:

“Ik ben… Ik ben wat ze hebben achtergelaten.

Ik ben alles wat overbleef van wat ze hebben gestolen.”

De aanloop

Gedurende twee decennia, met name onder Hugo Chávez, was Caracas een tegenpool voor de hegemonie van de Verenigde Staten en symbool voor het “roze tij” van linkse politieke leiders in de regio. Met het economische en democratische verval kwam ook het narratieve verval. Hierdoor werd de morele en diplomatieke drempel voor externe inmenging systematisch verlaagd. Het consequent koppelen van Venezuela aan (drugs)criminaliteit, geweld, migratiecrises en humanitaire nood hebben ervoor gezorgd dat de morele en diplomatieke drempel voor inmenging stapje voor stapje verlaagd is.

Uiteindelijk was de soevereiniteit van Venezuela zo sterk gedelegitimeerd dat weinig landen en overheden rouwig waren om interventie met potentie tot regimewisseling. De relatief klinische operatie zonder langdurig militair conflict leidde dan ook niet tot gezichtsverlies voor Trumps administratie, maar werd eerder een symbool van kracht en macht. Wellicht is het gebrek aan het narratieve verval de reden dat Panama nog niet ingenomen is. Internationale reacties bleven in het geval van Venezuela grotendeels uit, zeker waar het de operatie zelf betrof, zowel door de bondgenoten van Venezuela, als door landen in de regio.

In de regio is al langer een politieke rechtsverschuiving gaande, waarmee het roze tij verder afgekalft wordt en pro-Amerikaanse heroriëntatie plaatsvindt. Javier Milei van Argentinië, Nayib Bukele van El Salvador en de pas verkozen José Antonio Kast van Chili zijn waarschijnlijk de meest bekende en radicale voorbeelden, maar ook Ecuador, Peru en Paraguay illustreren de trend in mindere mate. Niet geheel verrassend juichen deze landen de acties van Trump in Venezuela toe of houden zich op de vlakte.

De  laatste sterkhouders van een linksere orde met als meest radicale voorbeeld Gustavo Petro van Colombia waren wel kritischer. Colombia herbergt met afstand de meeste vluchtelingen uit Venezuela. Schattingen lopen uiteen, maar algemeen gaat het in de cijfers om bijna 3 miljoen van de bijna 8 miljoen gevluchte Venezolanen sinds de enorme crisis en dictatuur. Petro vroeg spoedzittingen aan bij de VN-Veiligheidsraad en de Organisatie van Amerikaanse Staten en stuurde militairen naar de grens met Venezuela.

Ook de Braziliaanse Lula en Mexicaanse Sheinbaum keurden de actie van de Verenigde Staten af, maar hielden het abstracter en diplomatieker. Het toonde vooral de machteloosheid van de grootste landen in de regio, en in het geval van laatstgenoemde ook de directe belangen om de redelijke verhoudingen met Trump niet op het spel te zetten. Daarom is de invasie en de nasleep ervan een klap voor het idee dat Brazilië en Mexico een significante rol spelen in een multipolaire wereldorde en geeft de Verenigde Staten een duidelijk signaal af: geen wildgroei in onze “achtertuin”.

“Ik ben Latijns-Amerika

Een volk zonder benen, maar dat toch loopt” (Latinoamérica, Calle 13)

De toekomst en de olie

De stilte kort na de interventie van de Verenigde Staten in Venezuela is nog deels te verklaren omdat er wat verwarring bestond over de exacte motieven en, met name, de intenties met het regime. Inmiddels is duidelijk dat niet regimewisseling of het herstellen van de democratie en orde, maar directe belangen de voornaamste rol spelen in de toekomstige inmenging van de Verenigde Staten. Kortom, alles draait om de Venezolaanse olie.

Buurland Guyana, waar het olierijke gebied onder dreiging stond van Maduro, werd al eerder ingepalmd door Amerikaanse olieconcerns ExxonMobil en Chevron. Ook in Suriname, waar vrij recent grote voorraden olie en gas gevonden zijn op zee, wordt de olie geëxploiteerd door buitenlandse bedrijven, met name het Franse TotalEnergies en Amerikaanse APA. Om die reden lijken Guyana en Suriname niet direct met een soortgelijk scenario rekening te houden ondanks de relatieve grote hoeveelheid grondstoffen en zeer beperkte macht. In Venezuela was de olie daarentegen volledig genationaliseerd.

Echter, het feit dat Venezuela de grootste wereldwijde voorraden olie heeft – te weten zo’n 303 miljard vaten en zo’n 17 à 18% van de mondiale bewezen voorraden – wil niet zeggen dat het ook exact diezelfde waarde vertegenwoordigt. In de Orinoco Belt is de grootste reservecategorie zware ruwe olie. Deze olie is moeilijker te winnen en te bewerken en is daarmee duurder en schadelijker voor het milieu en klimaat. Steeds meer is duidelijk dat Amerikaanse oliegiganten niet zo overtuigd zijn van gigantische investeringen in Venezuela, dat een relatief zeer lage productie heeft vanwege verwaarloosde infrastructuur, economische sancties.

Dat de Verenigde Staten strategisch toch sterke interesse hebben, is mede verklaarbaar door de andere landen die dit type olie in meer of mindere mate bezitten, namelijk in orde van bewezen hoeveelheden: Canada, China, Rusland, Iran en Koeweit. Iran springt daarbij extra in het oog en de raakvlakken, ondanks de vele verschillen tussen Iran en Venezuela, in narratief verval van het regime en daarmee het systematisch verlagen van de drempel voor directe interventie zijn opvallend.

“Je kunt de zon niet kopen

Je kunt de regen niet kopen

(We lopen verder)

(We tekenen het pad)

Je kunt mijn leven niet kopen

Mijn land is niet te koop” (Latinoamérica, Calle 13)

Regime

Ondanks de retoriek van de Verenigde Staten rondom Maduro en diens regime is er voorlopig op het gebied van regimeverandering weinig tot niets gebeurd. Vicepresident Delcy Rodríguez is aangetreden als interim-president, waarmee op papier niets veranderd is – hoewel Rodríquez de Verenigde Staten voorlopig zal gehoorzamen. Opvallend, want vrijwel niemand erkent het regime als legitiem. Loyalisten binnen het bestaande machtsapparaat, waaronder militaire en veiligheidsstructuren, blijven aanzienlijke invloed behouden, waardoor het politieke landschap gefragmenteerd is en de oppositie, geleid door figuren als María Corina Machado en Edmundo González, blijft pleiten voor erkenning als democratische leiders en vrije verkiezingen.

Via abstracte termen van overgang, waarbij de VS ook bestuurlijk een rol zou spelen maar niet duidelijk is welke rol en waarbij een bepaalde termijn zou bestaan maar niet duidelijk is welke termijn, blijft het regime van Maduro grotendeels intact.

“Ruw werk, maar met trots

Hier wordt gedeeld, wat van mij is, is van jou.

[…]

Operatie Condor dat mijn nest binnendringt

Ik vergeef, maar ik vergeet nooit!” (Latinoamérica, Calle 13)

Puerto Rico als voorbeeld?

De lange termijn bevat dus vooral veel vragen. De sterk beperkte soevereiniteit doet denken aan een mogelijke Verenigde Staten-Puerto Rico-verhouding. Formeel blijft de staat bestaan, maar de beleidsruimte wordt in hoge mate extern bepaald. Economische herstructurering, veiligheidscoördinatie en institutionele hervormingen zullen plaatsvinden binnen door Washington gestelde kaders. De facto kun je spreken van een kolonie in een modern jasje.

Puerto Rico werd in 1898 na de Spaans-Amerikaanse oorlog door de Verenigde Staten ingelijfd. Sindsdien is het eiland een niet-geïncorporeerd territorium. Puerto Ricanen zijn sinds 1917 Amerikaans staatsburger, maar hun politieke rechten zijn fundamenteel beperkt. Zij mogen niet stemmen bij presidentsverkiezingen, hebben geen stemgerechtigde vertegenwoordiging in het Congres (alleen een afgevaardigde zonder stemrecht) en hebben geen directe invloed op federale wetgeving die wel op het eiland van toepassing is. Cruciale beslissingen over begroting, handel, defensie en monetair beleid worden in Washington genomen. Dit model, zeker zonder het staatsburgerschap op korte termijn, kan aantrekkelijk zijn voor de Verenigde Staten in Venezuela. Het vermijdt de kosten en risico’s van directe bezetting, terwijl het maximale controle biedt over energiebronnen, migratiestromen en regionale stabiliteit.

Conclusie

Deze brede ontwikkeling past naadloos binnen de logica van de Monroe-doctrine. Hoewel de taal is gemoderniseerd blijft de kern onveranderd: het westelijk halfrond wordt gezien als exclusieve invloedssfeer waarin externe of regionale machtsconcurrentie niet wordt geduld. De uitschakeling van Maduro is daarmee geen anomalie, maar een eigentijdse herbevestiging van een bijna tweehonderd jaar oud strategisch principe en de bijbehorende machtsverhouding in de regio.

Handelingsperspectieven voor Nederland en de EU

  • Regionale versterking van samenwerking: Met het doordrukken van het handelsverdrag met de Mercosur (Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay) is een voor de EU als geopolitieke speler goede weg ingeslagen van toenadering tot strategische partners in Latijns-Amerika. De acties van de Verenigde Staten om de touwtjes direct in handen te nemen (en de mogelijke reactie uit andere invloedssferen) zorgen voor nog meer urgentie om dit door te zetten. Het biedt behalve noodzaak ook kansen, want iedereen zoekt naarstig naar bondgenoten. Behalve de Mercosur staat ook Chili in de rij.
  • Een lijn trekken: als NAVO-leden en democratische landen aangevallen worden

stort de liberale wereldorde mogelijke definitief in. Het is onduidelijk waar de limiet ligt voor de Verenigde Staten om eigen belangen veilig te stellen en de invloed en macht uit te breiden. De EU en Nederland moeten proberen te anticiperen op een verdere Amerikaanse heroriëntatie. Een consistente lijn rond internationaal recht en soevereiniteit, ook wanneer strategische belangen van bondgenoten in het spel zijn, draagt bij aan zowel het trekken van die lijn als verdere samenwerking met partners in het Mondiale Zuiden.

Laatste artikelen

Nieuwsbrief? Meld je aan