Zal de Visegrád-groep nieuw leven worden ingeblazen en zal Midden-Europa worden versterkt?

Zsófia Berta

In het kort

  • De nieuwe Hongaarse regering heeft nieuwe hoop gewekt op een versterking van de Visegrád-groep, met als eerste stap het herstel van de Hongaars-Poolse betrekkingen.
  • De V4-landen hebben gemeenschappelijke belangen op verschillende gebieden, met name op het gebied van migratie, landbouw en de EU-begroting, wat een goede basis vormt voor het versterken van de vertegenwoordiging van regionale belangen op EU-niveau.
  • Verschillen in de benadering van Oekraïne en andere actuele politieke belangen, evenals historische complicaties tussen de naties, maken de toetreding van Oostenrijk onwaarschijnlijk.

Inleiding

Na zijn verpletterende overwinning in april hebben Péter Magyar en zijn minister van Buitenlandse Zaken, Anita Orbán, al een bezoek gebracht aan Polen, Oostenrijk en Brussel, waarmee ze een begin hebben gemaakt met het nieuw leven inblazen en verbeteren van de diplomatieke betrekkingen van Hongarije. De Visegrád-groep (Hongarije, Slowakije, Tsjechië en Polen) vormde ooit een van de meer hechte regionale blokken binnen de EU, maar de afgelopen jaren heeft de nauwe band van het Orbán-regime met Rusland deze samenwerking verzwakt. Tot nu toe wijzen de acties van de nieuwe regering erop dat zij expliciet streeft naar een koerswijziging en een hernieuwde versterking van de betrekkingen. Dit roept één specifieke vraag op: of Péter Magyar in staat zal zijn de V4-samenwerking te herstellen en daarmee het machtsevenwicht binnen de EU te herzien. Drie deskundigen, Máté Szalai (Corvinus Universiteit van Boedapest), Samuel Dempsey (The European Correspondent, POLITICO) en Michel Don Michaloliákos (The Hague Institute for Geopolitics) hebben aan dit artikel meegewerkt.

Het uiteenvallen van de Visegrád-samenwerking

De Visegrád-samenwerking heeft diepe historische wortels die teruggaan tot de middeleeuwen. In 1335 was het kasteel van Visegrád, destijds de zetel van de Hongaarse koningen, het toneel van een topontmoeting tussen de Poolse, Tsjechische en Hongaarse koningen, waar zij overeenstemming bereikten over nauwe samenwerking op het gebied van politiek en handel. Dit inspireerde hun latere opvolgers tot het opzetten van een Midden-Europees initiatief; Václav Havel, president van Tsjechoslowakije, József Antall, de Hongaarse premier, en Lech Wałęsa, de Poolse president, ondertekenden tijdens een bijeenkomst op 15 februari 1991 een verklaring waarin de drie (inmiddels vier) landen beloofden nauw samen te werken op de weg naar Europese integratie en de overgang naar een pluralistische en democratische samenleving te ondersteunen.

Later functioneerde de V4 voornamelijk als een informeel coördinatieplatform tussen de landen en boekte het bescheiden successen bij het behartigen van hun gemeenschappelijke belangen, bijvoorbeeld tijdens de migratiecrisis van 2015.

In 2022, na de grootschalige Russische invasie van Oekraïne, ontstond er een duidelijke breuk binnen de V4. Polen werd de voorhoede van de Europese veiligheid met zeer sterke anti-Russische retoriek. Daarentegen koos Viktor Orbán voor een heel andere benadering van Rusland, waaronder het dwarsbomen van Russische sancties en consequente regeringspropaganda tegen Oekraïne. Sinds 2023 heeft ook Slowakije de standpunten van de EU over deze kwestie ter discussie gesteld en eind 2025 bracht een regeringswisseling Tsjechië eveneens dichter bij het standpunt van Hongarije en Slowakije. De Tsjechische premier, Andrej Babiš, hanteert echter nog steeds een flexibelere aanpak.

Tegelijkertijd merkt Szalai op dat de V4-samenwerking waarschijnlijk niet alomvattend zal worden, ondanks de tegengestelde standpunten over de oorlog, omdat ze zelfs daarvoor meestal alleen samenwerkten op thematisch niveau, zoals begrotingsonderhandelingen of de eerder genoemde migratiecrisis.

De nieuwe regering als katalysator

Voor de nieuwe Hongaarse regering is het herstel van de betrekkingen met Polen een van de belangrijkste hervormingen. Péter Magyar beloofde in zijn overwinningsspeech dat zijn eerste officiële reis als premier naar Warschau zou gaan, en hij reisde daar inderdaad naartoe na de inauguratie. Enerzijds is dit bezoek een symbolisch gebaar; de Hongaars-Poolse relatie heeft een lange geschiedenis en is belangrijk voor het Hongaarse volk. Anderzijds is Polen het politiek en economisch meest invloedrijke lid van de V4, wat suggereert dat de bijeenkomst en de bijbehorende besprekingen niet alleen gericht waren op het herstellen van de bilaterale betrekkingen, maar ook op strategische doelstellingen met betrekking tot de toekomst van de V4.

Samenwerking wordt verwacht op gebieden waar de belangen van Centraal-Europa in meer of mindere mate afwijken van die van de sterkere West-Europese lidstaten van de EU, zoals energie, landbouw, defensie, migratie en uitbreiding.

Dempsey zegt: “Alle vier de regeringen nemen, in verschillende mate, een uitgesproken anti-migrantenstandpunt in. Dat zal de belangrijkste beleidsprioriteit zijn. Ten tweede hebben alle vier de economieën te maken met dezelfde structurele industriële problemen: krimpende verwerkende industrieën en blootstelling aan Chinese investeringen. Ze hebben behoefte aan herindustrialisering, waarbij ze meer zouden kunnen samenwerken, hoewel dat nog moet blijken. Ze beschikken ook over omvangrijke landbouwsectoren die ze zullen trachten te beschermen.”

Michaloliákos merkt op dat “het bestaan van een convergerend belang belangrijk is omdat het kan leiden tot convergerende groepen”. Hij voegt eraan toe dat de EU-begroting een gebied zou kunnen zijn voor nauwere samenwerking vanwege het gezamenlijke belang, met name gezien het begrotingstekort van Polen en de aspecten van defensie- en migratie-uitgaven.

Oostenrijk sluit zich mogelijk ook aan

In zijn toespraak beloofde Magyar ook dat Oostenrijk het tweede land zou zijn dat hij na zijn overwinning zou bezoeken. En dus reisden de premier en zijn delegatie direct na Warschau naar Wenen om de Oostenrijkse leiders te ontmoeten.

Szalai wijst er echter op dat de politieke prestaties van Péter Magyar tot nu toe sterk gekenmerkt zijn door “communicatiepolitiek” of “theatrale politiek”, waardoor het de vraag is of een dergelijk gebaar een daadwerkelijke intentie tot samenwerking vertegenwoordigt of dat er achter de ontmoeting fundamentele diplomatieke normalisatiedoelen schuilgingen.

De toetreding van Oostenrijk tot de V4 zou het gewicht van hun belangenbehartiging op EU-niveau aanzienlijk vergroten. Volgens Szalai brengt de toetreding van Oostenrijk echter “evenveel vragen als voordelen” met zich mee, bijvoorbeeld vanwege zijn neutraliteit (het kan geen lid zijn van militaire allianties (zoals de NAVO) en kan geen buitenlandse militaire bases op zijn grondgebied toestaan). Szalai merkt op dat deze voorwaarde “het ingewikkeld maakt om harde veiligheidskwesties te bespreken, waardoor een belangrijke pijler van de gemeenschappelijke belangen van Centraal-Europa buiten beschouwing blijft.”

Dempsey wijst op de opkomst van de FPÖ (een extreemrechtse partij in Oostenrijk), die de mogelijkheid van samenwerking op het gebied van migratie realistisch maakt, maar “elders denk ik dat het beoogde doel en de gedeelde geschiedenis het voor Oostenrijk een uitdaging zouden maken om echt in de groep te worden opgenomen.” Hij voegt daaraan toe dat “als we in de toekomst een meer universele extreemrechtse beweging zien in de V4 en Oostenrijk, deze verhouding zou kunnen veranderen.”

Herschikking van de machtsverhoudingen of illusie

Dempsey merkt op dat een werkelijk verenigde V4 inderdaad invloed zou kunnen uitoefenen in de Raad en een cruciale swingblok zou kunnen worden op gebieden waar met gekwalificeerde meerderheid wordt gestemd en die de toekomst van de Unie bepalen. Bovendien zou, als Oostenrijk zich bij de Visegrád-groep zou aansluiten, de Midden-Europese regio echt sterker worden wat betreft belangenbehartiging en zou de regio nog meer legitimiteit en slagkracht hebben in bepaalde onderhandelingen.

Volgens Szalai is dit niet onmogelijk, maar zijn er in dit opzicht al jaren alleen maar beloften. Volgens hem is de kracht van Polen relevanter in de kwestie van het herstel van het machtsevenwicht binnen verschillende regio’s van de EU dan de toetreding van Oostenrijk of de houding van de nieuwe Hongaarse regering.

Dempsey merkt op dat de hele mogelijkheid van nauwere V4-samenwerking afhangt van het standpunt van deze landen ten aanzien van Oekraïne, en dat de politiek momenteel te verdeeld is, waarbij hij de realiteit benadrukt van “de soevereinisten die de Slowaakse en Tsjechische regeringen bezetten”.

De realiteit is dat de V4 al sterke verdeeldheid en individuele belangen kent in de huidige politieke kwesties, en naast het gemeenschappelijke communistische verleden draagt de geschiedenis ook nog steeds conflicten in zich die nog steeds actueel zijn, zoals op het gebied van minderheidskwesties (d.w.z. de voortdurende aanwezigheid van de Beneš-decreten in de Slowaakse en Tsjechische rechtssystemen).

Conclusie

Concluderend kan worden gesteld dat met de nieuwe Hongaarse regering en haar pro-Europese houding de kans groter is dat de V4-samenwerking de betrekkingen versterkt en op Europees niveau samenwerkt. Vanwege de huidige soevereinistische leiders in Slowakije en Tsjechië is het echter waarschijnlijk dat het bestaande gemeenschappelijke belang op gebieden als migratie, landbouw of de EU-begroting niet voldoende zal zijn om de huidige vier leden dichter bij elkaar te brengen en het beleid op EU-niveau te veranderen.

Bovendien belemmert deze politieke verdeeldheid de V4 om aantrekkelijk te zijn voor Oostenrijk om zich bij hen aan te sluiten, hoewel de neutraliteit van Oostenrijk de vraag oproept in hoeverre het zou kunnen bijdragen aan de belangenbehartiging van de regio, waarbij het belangrijkste samenwerkingsgebied, veiligheid, buiten beschouwing wordt gelaten.

Laatste artikelen

Nieuwsbrief? Meld je aan