Regio Update Europa en Middellandse Zee | De Amerikaanse president Donald Trump zette begin januari de stabiliteit van de trans-Atlantische relatie opnieuw onder druk. Op 6 januari escaleerde hij zijn retoriek over Groenland door militaire annexatie niet uit te sluiten. Dit ondanks een voor de VS zeer gunstige handelsovereenkomst, waarmee Europese regeringen hoopten de trans-Atlantische stabiliteit – en in het bijzonder de Amerikaanse veiligheidsparaplu – veilig te stellen.
Verschillende Europese regeringen, waaronder Nederland, reageerden met ferme steun voor Denemarken, en kondigden een gezamenlijke verkenning voor een oefening uit op Groenland. Trump dreigde daarop met nieuwe importheffingen, waarmee het geschil zich uitbreidde van geopolitiek naar handel.
Tijdens een overleg op 21 januari in Davos werd voorkomen dat het conflict verder escaleerde. Na overleg met NAVO-chef Mark Rutte trok Trump de aangekondigde tarieven tegen acht EU-landen in en verklaarde hij geen militair geweld te zullen gebruiken. De afspraken bleven beperkt en bevatten geen structurele garanties.
De gebeurtenissen leidden tot heroverweging in Europese hoofdsteden. Volgens bijna een dozijn Europese diplomaten en functionarissen, geciteerd door de Financial Times, was de bestaande aanpak tegenover Trump niet langer houdbaar.
“Het lijkt erop dat de dagen waarin werd geprobeerd Trump te paaien voorbij zijn,” zei een hoge Europese functionaris. “De aanpak om met Trump 2.0 om te gaan werkt niet,” voegde een tweede daaraan toe.
De Davos-deal deed weinig af aan dat besef; ze maakte juist des te duidelijker wat veel analisten al langer signaleren. De verhouding tussen Washington en zijn bondgenoten wordt steeds minder bemiddeld via vaste afspraken en steeds vaker via dwang. Dreiging, het benutten van economische en veiligheidsafhankelijkheden, en asymmetrie bepalen het tempo en de richting van het overleg. Trump lichtte zijn benadering toe in een interview met The New York Times, waarin hij stelde dat zijn macht als opperbevelhebber slechts wordt begrensd door “zijn eigen moraliteit”, oftewel “L’ordre mondial, c’est moi.”
“Geen tijdperk van verandering, maar een verandering van tijdperk”
In dat licht is de Groenland-episode geen incident, maar een symptoom van een interregnum. De oude ordening sterft, terwijl een nieuwe nog niet is geboren. In die tussentijd doen zich verschijnselen voor die al langer onder het oppervlak sluimerden: machtsverhoudingen en opportunisme treden openlijker naar voren – het masker is af. De centrale vraag is dan ook niet hoe deze structurele crisis wordt gemanaged, maar wat zij onthult over Europa’s positie in een internationale omgeving zonder stabiel referentiekader.
Vanuit dat bredere perspectief spreken Alex Krijger, geopolitiek adviseur en docent Geoeconomie aan de Universiteit Leiden, en Michel Don Michaloliákos, huis-analist Europa bij HIG. Zij plaatsen de Groenland-crisis binnen de structurele transformatie van de wereldorde en werken uit welke strategische implicaties dit heeft voor Europa en Nederland, evenals voor het handelen van politici, ambtenaren, media en analisten.
Krijger plaatst de huidige confrontatie expliciet in historisch perspectief. Europa, zegt hij, staat “81 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog nog steeds niet echt op eigen benen.” De afgelopen tien jaar hebben volgens hem herhaaldelijk laten zien hoe kwetsbaar die positie in werkelijkheid is. Niet omdat afhankelijkheden plots ontstonden, maar omdat ze pas zichtbaar werden toen ze onder druk kwamen te staan.
De oorlog in Oekraïne sinds 2014, de coronapandemie en de energiecrisis fungeerden telkens als wake-up calls over Europese afhankelijkheden. Eerst ging het om industriële en medische afhankelijkheden van China, daarna om de strategische kwetsbaarheid van Russisch gas, en inmiddels steeds meer om Amerikaanse gas-export en veiligheid. Groenland past volgens Krijger in die reeks van wake-up calls. “Dit is geen tijdperk van verandering,” zegt hij, “maar een verandering van tijdperk.”
Stop met fatalisme en reactiviteit, kijk naar wat wél kan
Juist omdat die signalen zich opstapelen, is hij kritisch op de reactieve manier waarop het debat in Nederland wordt gevoerd. In plaats van deze ontwikkelingen te vertalen naar een strategische heroriëntatie, blijven vooral analisten en columnisten volgens hem steken in morele afschuw over Trump. “Dat sentiment zit zo diep dat het ons verblindt en geopolitiek bijziend maakt,” zegt Krijger. “Als je obsessief bezig bent met verontwaardiging, mis je grotere trends en besteed je tijd en energie aan iets wat niets oplevert.”
Maar ook het andere uiterste vindt hij misleidend. Niet morele verontwaardiging, maar fatalisme kan net zo verlammend werken. Analyses die de trans-Atlantische relatie afschrijven als definitief verloren, verhullen volgens Krijger eerder een gebrek aan handelingsperspectief dan strategisch realisme. Dat is ironisch, gezien deze analisten zich doorgaans “realisten” noemen.
“De trans-Atlantische relatie is groter dan de leiders van onze landen,” stelt Krijger. “De culturele en economische banden zijn enorm.” De wereldorde kantelt, erkent hij, maar daaruit volgt geen breuk, wel de noodzaak van een andere houding.
Verandering van mentaliteit
Ook Michaloliákos concludeert dat een verandering van mentaliteit noodzakelijk is. In Europese hoofdsteden, zegt hij, bestaat grote verdeeldheid over hoe de Verenigde Staten moeten worden geduid. Hij onderscheidt drie kampen: een groep die de Amerikaanse regering nog ziet als een klassieke regering die het landsbelang dient, een groep die Trump ziet als een regime-in-wording, maar meent de trans-Atlantische relatie te kunnen redden door hem te paaien en zich aan zijn agenda aan te passen, en een derde groep, waar hij zichzelf toe rekent, die verder gaat. “Dit is geen normale regering meer,” zegt hij, “maar een regime-in-wording dat handelt in eigen machtsbelang, en tevens vijandig staat tegenover Europa”. “Daarom,” concludeert hij, “moet Europa oppositie zo sterk mogelijk steunen in de VS, nu het nog kan”.
Dat onderscheid is volgens hem essentieel, omdat het bepaalt hoe Europa reageert. “Een regering blijft, hoe imperfect ook, grosso modo gebonden aan de rechtsstaat en bestaande spelregels,” legt hij uit. “Een regime ontstaat wanneer machthebbers die spelregels actief veranderen om aan de macht te blijven.” Dat is volgens Michaloliákos de richting waarin de VS zich bewegen, wat deze fase “zo grillig en onvoorspelbaar” maakt.
Die analyse vertaalt zich volgens hem in een strategisch dilemma. Een deel van Europa, met name rechts- en centrumrechts, is geneigd om mee te bewegen met de Trump-agenda, in de hoop de relatie intact te houden. “Maar die hoop is misplaatst,” zegt hij. Tegelijkertijd gelooft hij niet in totale confrontatie. Net als Krijger pleit hij “nadrukkelijk niet voor het breken van de trans-Atlantische relatie”. “Het gaat er juist om die die relatie te redden door haar opnieuw te scheppen.” Wat daarvoor nodig is, is “gerichte druk”: niet symbolisch of moreel, maar strategisch, daar waar het effect heeft. Kortom, de taal van macht.
Hoe moet de Europese nalatigheid aangepakt worden?
Beide analisten wijzen er bovendien op dat Europese kwetsbaarheid niet alleen het gevolg is van Amerikaanse assertiviteit. Europa heeft zelf strategische dossiers te lang laten liggen. Krijger wijst op defensie, industrie en energie, waar plannen wel zijn geschreven maar nauwelijks uitgevoerd. Van de industriële agenda die onder meer door Mario Draghi is bepleit, is volgens hem “pas zo’n 11 procent geïmplementeerd.” “Hoeveel wake-up calls hebben we nog nodig?” vraagt hij zich af.
Institutionele hervorming ziet hij daarbij niet als eerste stap. “Er is simpelweg geen tijd meer om met alle 27 lidstaten consensus te blijven zoeken.” Wat wel werkt, is coalitievorming. “Een ‘coalition of the willing’,” zegt hij. Grote landen die tempo maken en Europa daarin meenemen. Voor Nederland betekent dat niet noodzakelijkerwijs voorop lopen, maar wel nadenken over “hoe wij constructief kunnen bijdragen aan een sterker en veiliger Europa.”
Krijger benadrukt dat die heroriëntatie ook moreel is. Wie blijft spreken over een ‘rules-based order’ zal zich anders moeten opstellen tegenover het mondiale Zuiden. “Driekwart van de mensen in het mondiale Zuiden heeft al geaccepteerd dat deze wereldorde voorbij is,” zegt hij. Als Europa blijft aarzelen, is de boodschap elders simpel: “prima, dan creëren we ons eigen systeem.” Geloofwaardigheid vergt volgens hem morele consistentie en het loslaten van oude reflexen.
Ook Michaloliákos benadrukt dat Europese heroriëntatie niet alleen om nieuwe maatregelen draait, maar ook om politieke legitimiteit en een gedeeld zelfbeeld. Volgens hem is het essentieel “om een collectieve Europese (beschavings)identiteit te laten gewaarworden om meer eensgezind optreden te legitimeren”. Tegelijk moet Europa zijn geopolitieke speelruimte vergroten door “het zwaartepunt te verleggen via intensievere samenwerking met multilaterale, democratische middenmachten”.
Een vergelijkbare diagnose klonk tijdens een bijeenkomst waar Joris Luyendijk sprak, bijgewoond door HIG. Luyendijk sprak daar over wat hij de “kolonisatie van de Europese geest” noemde: een combinatie van bestuurlijke traagheid, intellectuele gemakzucht en het uitbesteden van verantwoordelijkheid. In die context stelde hij dat de huidige fase weinig ruimte laat voor passiviteit. Er is, zo zei hij, geen tijd voor “luiheid en middelmatigheid.” Wie daaraan vasthoudt, moet “uit de weg gaan” voor degenen die bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen.
Daarbij waarschuwde Luyendijk dat het herwinnen van Europese handelingsbekwaamheid geen pijnloos proces zal zijn. Strategische autonomie vergt volgens hem onvermijdelijk offers: hogere defensie-uitgaven, politieke keuzes die op korte termijn weerstand oproepen, en een herverdeling van kosten die lang zijn uitgesteld. Juist het vermijden van die pijn heeft volgens hem bijgedragen aan de kolonisering van het Europese denken, waarin veiligheid, energie en strategisch beleid structureel werden uitbesteed.
Net als Alex Krijger verbond Luyendijk die analyse aan de noodzaak om los te komen van verlammende procedures en traag opererende bureaucratische structuren. Niet omdat regels overbodig zouden zijn, maar omdat vasthouden aan bestaande processen in een versnellende machtsomgeving zelf een vorm van risico wordt. Ook hij benadrukte dat het antwoord niet ligt in imitatie van autoritaire leiders, maar in het herwinnen van handelingsbekwaamheid. Dat vraagt om een vorm van patriottisme die niet samenvalt met bewondering voor figuren als Trump of Poetin, maar gericht is op collectieve weerbaarheid, Europese onafhankelijkheid en het vermogen om keuzes te maken.
Tegelijkertijd nuanceerde Luyendijk de roep om snelheid. Regels en rechtsstatelijke waarborgen bestaan volgens hem niet voor niets, maar in uitzonderlijke omstandigheden is een noodtoestand nodig waarin besluiten sneller kunnen worden genomen, zorgvuldig worden vastgelegd en later worden getoetst. Snelheid en verantwoording hoeven elkaar niet uit te sluiten.
Conclusie: dekoloniseer de Europese geest
De opeenvolging van wake-up calls heeft pijnlijk duidelijk gemaakt hoe diep Europese verlamming en uitstel zijn ingesleten. Tegelijkertijd creëren ze de voorwaarden voor heropleving: een dekolonisatie van de Europese geest. De Groenland-crisis fungeert als de zoveelste ijskoude emmer water, die Europeanen dwingt wakker te worden uit bestuurlijke inertie en mentale zelfgenoegzaamheid. De vraag is niet of Europa de kracht bezit om te handelen, maar of het die kracht eindelijk durft te mobiliseren

